fbpx

Het is woensdagochtend, een mooie dag in juni. We zitten in de tweede kersenweek. Want ja, het kersenseizoen kent zijn eigen kalender. Zoals het kersen plukken van oudsher een heleboel tradities kent. Samen met Slow Food chef Jeroen van Nijnatten heb ik afgesproken in de hoogstamboomgaard van familie Vernooij in Cothen. 

Tekst // Ulrike Schmidt
Beeld // Jeroen van Nijnatten

We staan in een boomgaard met wondermooie, oude hoogstamkersen. Vroeger waren er in de Kromme Rijnstreek meer dan tweehonderd van dit soort gaarden. Maar de teelt is lastig en kent veel risico’s. Dus wie de kost wil verdienen met kersen is overgegaan op laagstambomen die je onder een kunststof overkapping kunt beschermen tegen hinderlijke insecten, vogels en regen. Bovendien is de pluk bij laagstambomen een stuk makkelijker. Dat geldt ook hier. Om het cultuurhistorische erfgoed toch te bewaren heeft de familie Vernooij in de jaren zeventig op zo’n anderhalve hectare oudhollandse rassen hoogstamkersen aangeplant. Je vindt er bijna alle soorten die ook in de Ark van de Smaak zijn opgenomen: de Vroege Duitse of Early Rivers, de Maaikers, Variks Zwarte, Mierlo’s Zwarte, Westerleesche Kriek, Wijnkers, Hedelfinger, Spekkers, Inspecteur Löhnis en Morellen. Het is bijna een soort openluchtmuseum.

 

Kersen - 2 bij Theo Vernooij_Beelden door Ulrike Schmidt

 

Eeuwenoude maaikersen
Erik Vernooij (26) is inmiddels de vierde generatie fruitteler in zijn familie. Hij heeft MBO fruitteelt gestudeerd bij Helicon in Geldermalsen. ‘Al is de grootste leerschool natuurlijk de boomgaard zelf waar je jarenlang ervaring op moet doen’, aldus Erik. Hij werkt zij aan zij met zijn ouders Martine en Theo. Theo’s grootvader is ooit begonnen op deze locatie. Wat is Eriks lievelingskers, willen we weten. ‘Nou kom maar mee, hier staat ‘ie. Dat is de Maaikers.’ Als we het over de oude rassen hebben tenminste, want Erik is ook zeker niet vies van een moderne Kordia-kers – dik en sappig. Met de friszure Maaikers of Meikers (wat overigens niets met de maand te maken heeft) hebben we gelijk een bijzonderheid te pakken. Je hebt zoete kersen (Prunus avium) en zure kersen (Prunus cerasus), en dan heb je nog Meikersen – een kruising van beide. Dat proef je dan ook. Vergeleken met de knoeperds van tegenwoordig is het een relatief kleine, helderrode kers met een zoetzure smaak; maar zeker niet zo zuur als Morellen. Het is een eeuwenoud Nederlands ras, dat waarschijnlijk al in de 14de eeuw bestond.

 

“Twee jaar geleden bestond het bedrijf honderd jaar en kregen we het predicaat Hofleverancier”

 

Vier weken langer oogsten
Vroeger had de familie Vernooij een gemengd bedrijf met koeien. ‘In 1998 heeft mijn vader die koeien weggedaan en sindsdien telen we alleen maar fruit. Twee jaar geleden bestond het bedrijf honderd jaar en kregen we het predicaat Hofleverancier’, vertelt Erik niet zonder trots. Naast zeventien hectare kersen telen ze bij Vernooij ook nog op zeventien hectare peren, op zes hectare appels en sinds vorig jaar op vijf hectare rode bessen. Bedenk even dat er op één hectare zo’n 1500 kersenbomen staan! De helft van de totale kersenoogst wordt langs de weg verkocht: aan mensen uit de buurt, dagjesmensen op kersenuitje en voorbijgangers. ‘Onder het hut’ zoals dat hier heet. Van de oude rassen zoals de Vroege Duitse, waar ook wij niet vanaf kunnen blijven, zijn er niet genoeg om ze aan de supermarkt te verkopen. Ze worden op bestelling verkocht aan liefhebbers en dus hier uit het vuistje. De komst van moderne variëteiten zoals Regina, Kordia, Burlat enzovoort heeft er wel voor gezorgd dat we nu niet zes weken van kersen kunnen genieten, maar dat het seizoen liefst tien weken duurt; afhankelijk van het weer natuurlijk. ‘Hoe meer zon tijdens de rijping, hoe korter het seizoen wordt’, aldus Erik.

 

Kersen - 3 bij Theo Vernooij_Beelden door Jeroen van Nijnatten

 

Kersenpikkers
Met hele zwermen tegelijk vallen ze aan, de kersenpikkers of wel spreeuwen. En dat al een tijdje voordat het fruit rijp genoeg is voor de pluk. Wat nou als je boomgaard te groot is om de vogels de hele dag al lopend door je bongerd te verjagen met ratels of grover geschut? Dan bouw je een soort uitkijktoren die ver boven de fruitbomen uittorent. Bij Vernooij staan er drie, in iedere boomgaard één. Van half zeven in de ochtend tot half acht ’s avonds, zeven dagen in de week, staan er jongens op de uitkijk. Zodra ze in de verte spreeuwen spotten, trekken ze aan één van de tig touwtjes en zorgen er zo voor dat een blikken bus aan het andere eind van het touw de spreeuwen met een hoop lawaai verjaagd. Spreeuwen ‘heuen’ noemen ze dat in de streek. Ook vroeger was dit al de klus van de allerjongsten. En ja, er werd ook wel eens een spreeuw buit gemaakt met een buks. Toen Distilleerderij De Pronckheer, op een steenworp afstand van deze gaard, nog restaurant was, kon je daar soms spreeuw op het menu vinden. Geheel in de trend tegen voedselverspilling. Maar goed, daar was niet iedereen van gecharmeerd, want spreeuwen zijn een beschermde inheemse diersoort.

Kersen - 4 bij Theo Vernooij_Beelden door Jeroen van Nijnatten

Kleurrijk
Nadat Erik weer aan het werk gaat, wandelen wij nog wat door de boomgaard en raken aan de praat met Ton. Met zijn verweerde, zongebruinde kop en ouderwetse rieten plukmand, of hoenderik, om zijn middel staat hij minstens zo ontspannen op een metershoge ladder als wij ernaast. Samen met collega-plukker Piet houdt hij dit culturele erfgoed graag levendig. We raken aan de praat over oude kersensoorten. ‘De Abesse de Mouland zou ik hier graag nog weer terugzien. Zoek maar op!’ Het blijkt een Belgisch ras dat ook wel Eisdense kers of Bastaard Dikke wordt genoemd. Welk licht werpt dat op de abdis? Hoe dan ook, het is een paarszwart blinkende kers die al sinds de 14de eeuw bekend is. Hij barst niet makkelijk en je kunt hem goed bewaren, al dan niet in een ijskelder (als die toevallig bij je klooster hoort). Maar daar ging het Ton niet om: de Abesse de Mouland werd lange tijd geëxporteerd naar Engeland om daar gebruikt te worden als, jawel: natuurlijke kleurstof voor wol. Dan ben je niet door de wol geverfd, maar door de kersen.

‘Hoe ver ben jij?’. ‘Ik ben al boven Jan’


Boven jan
De ‘hoenderik’ is trouwens ook nog een verhaaltje waard. Die typische, gevlochten rieten plukmand heeft een hengsel en een haak met een touwtje zodat je hem aan de ladder of een tak kunt hangen. In de manden is op ongeveer driekwart van de onderkant een bruine rand wilgentenen ingevlochten. Volgens overleveringen heet die rand een jan. Er zijn streekgenoten die denken dat het gezegde ‘Ik ben boven Jan’ daar zijn oorsprong heeft. Tijdens de pluk kon je niet echt onder doen voor de anderen. Dus hield iedereen elkaar zo’n beetje in de gaten. En af en toe riep er eens iemand: ‘Hoe ver ben jij?’. ‘Ik ben al boven Jan’ – die mand was dus meer dan halfvol. Tijd om te stoppen met kleppen en als de wiedeweerga je mand verder te vullen.

 

Kersen - 3 bij Theo Vernooij_Beelden door Jeroen van NijnattenTot in de kersentijd
We ontkomen er niet aan. Op veel plekken hebben de idyllische hoogstamboomgaarden plaatsgemaakt voor de veel praktischer laagstammen. De rammelende blikjes tegen de spreeuwen worden vervangen door netten en overkappingen. Biologische kersenteelt blijkt commercieel gezien onmogelijk, volgens Erik Vernooij. Een rondgang langs het internet levert welgeteld één door SKAL geregistreerd adres op. Natuurlijk zijn er nog wat meer kleinschalige producenten, maar veel is het niet. En ook de rassen zijn dus veranderd, al kan ik prima leven met een Regina of een Kordia! Des te waardevoller de Vroege Duitse, Varikse Zwarte, Inspecteur Löhnis en alle andere historische rassen hier een ereplaatsje krijgen. Fiets binnenkort nog even langs de Groenewoudseweg in Cothen (je hebt nog tot kersenweek tien, rond eind juli), hamster een kilootje van die glanzende, sappige bolletjes en beproef thuis je geluk met het recept hieronder. Of pak een Dikke Maai, een lokaal kuitbier met kersensap, en vlei je onder een boom. We weten het zeker: een paar kleine dorpjes blijven dapper weerstand bieden tegen de Romeinen… Of waren het nou de spreeuwen?

 

Fritata met kers, spek en ei
Een kers is een feestje an sich, maar je maakt deze vrucht nog feestelijker wanneer je er fritata van maakt. Fritata? Ja, echt. Met spek en ei. Hoe? Slow Food chef Jeroen van Nijnatten vertelt het je graag: “Voor zes mini-fritata’s heb je nodig: 1 muffin vorm, 20 kersen, 3 eieren, 40 gram rookspek, peper en zout. Snijd de onderkant van de kers af (eet dit lekker op). Pluk de pit er uit en haal het steeltje er af. Kluts de eieren in een kom, voeg daar de halve kersen bij en een grove snuf peper en zout. Snijd de rookspek fijn en voeg dit aan het mengsel toe. Meng alles goed door elkaar en vul de muffinvorm. Zet de gevulde muffinvorm in de oven om 180 graden, gedurende 10 tot 12 minuten. Serveer de mini-fritata lauwwarm met een koude rosé. Geniet ervan!”

 

Recept-fritata van kers met spek en ei door Jeroen van Nijnatten

 

– Het je na het lezen van dit verhaal zin in kersen gekregen? Ga dan eens langs bij het fruitteeltbedrijf van Theo, Martine en Erik Vernooij in Cothen. Je hebt nog tot eind juli om de lekkerste kersen te kopen. Adres: Groenewoudseweg 18, 3945 BC, Cothen. Kijk voor openingstijden www.kersen.nu.

– Dit artikel is geschreven door Ulrike Schmidt. Ulrike is tekstschrijver met focus op voeding, voedsel en de link met onze aarde. Zij is eigenaar van communicatieadviesbureau Meander Media en zet zich al jaren vrijwillig in voor de redactie van Slow Food Nederland.