fbpx

De minister van landbouw, Carola Schouten, heeft haar visie gepubliceerd over de toekomst van de landbouw (en daarmee voeding) in Nederland. Zij is de zoveelste minister die een visie verdedigt. Ik herinner me nog minister Veerman, die de landbouwhuisdieren zoveel mogelijk hun natuurlijke omgeving wilde geven. Of minister Verburg, die kunstmest wilde terugbrengen. Weinig is daarvan uitgekomen.

Tekst // Michiel Korthals
Beeld // Tulio Puglia

Momenteel zijn er in Nederland 25 miljoen varkens, en tussen de 1.3 en 1.5 miljoen koeien, en ongeveer 200 miljoen kippen. De schade die de dierlijke veehouderij voor Nederland teweegbrengt is enorm. Denk aan verontreiniging van het oppervlaktewater, lucht, en grondwater, en gezondheidsrisico’s voor mensen. Greenpeace berekent dat de ongeveer 10 miljard aan exportinkomsten die de veeteelt oplevert, ruimschoots gecompenseerd wordt door ongeveer 10 miljard aan onkosten voor schoonmaken van water etc. die door de belasting wordt betaald. Carola Schouten dringt aan op het terugdringen van de varkensveestapel. Zij heeft voor het terugdringen van het aantal varkens met 1 miljoen ongeveer 220 miljoen over. Het gekke is dat de landbouw sector altijd heeft gezegd dat volume beperking niet helpt, maar dat technologische maatregelen, zoals lucht wassers wel helpen. Toch juichen ze deze minieme volume beperking, deze warme sanering, toe. Ergens zien ze toch ook, dat de veestapel kleiner moet worden.

Geld speelt in de Nederlandse landbouw een dominante rol. Geld van de boeren, beter gezegd van de banken en toeleveranciers die hevig hebben geïnvesteerd in deze onduurzame vorm van landbouw. Niet van de burgers-consumenten. Veel burger-consumenten wijzen op waarden als een goed landschap, schone lucht, gezond drinkwater, een fatsoenlijke behandeling van dieren. Deze waarden zijn moeilijk of niet in geld uit te drukken. Waarden geven betekenis aan het leven, het zijn idealen en tegelijk ook direct in het samenleven en individuele leven aanwezig. Ze zijn als het ware het gist dat lucht geeft aan het leven. Maatschappelijk gezien worden veel waarden erkend, en ook gekoesterd. De waarde gezondheid heeft ervoor gezorgd dat de sigarettenverkoop steeds meer aan banden wordt gelegd, terwijl er toch zoveel geld in te verdienen valt. Geld is dus niet altijd doorslaggevend.

Waarden kunnen ook bevorderen dat er geld wordt verdiend. Veel duurzame boeren kunnen een aardige boterham verdienen met directe verkopen aan consumenten of gezamenlijk verwerken van hun product tot streekgeboden kaas en andere melkproducten. Daarom is de tegenoverstelling tussen waarden en geld vaak een schijntegensteling. Het gaat volgens mij ook om macht: wie bepaalt hoe de toekomstige veehouderij er uit zal zien? Wanneer geld in een bepaald maatschappelijk gebied te dominant is, dan kan je de prijzen verhogen, of de verkoop verbieden. Maar wanneer macht doorslaggevend is voor de afzet van onduurzame zaken, dan is het moeilijker. Want alles wat je probeert, hetzij als individu, hetzij als politieke partij, hetzij als overheidsorganisatie, dan roep je veel tegenstand op. De tegenstand werkt vaak niet bovengronds, transparant, veeleer is ze ondergronds. De gevestigde machten, verantwoordelijk voor de onduurzame producten zet gewoon zijn zin door, ondergronds of bovengronds. Kijk naar de jarenlange sabotage van de opvatting dat de aarde opwarmt. Welke uitvluchten er niet allemaal verzonnen zijn door de belanghebbenden bij opwarming van de aarde!!

Slow Food Nederland, dus wij ook, moet volgens het internationale bestuur veel activistischer worden. Het zou goed zijn als we ook eens een mooie analyse maken van hoe dat huidige onduurzame, ongezonde en niet bijzonder lekkere landbouw en voedsel regime zich handhaaft via macht en geld. Voor ons zou dit kunnen betekenen dat we plaatselijke bestuurders en andere verantwoordelijken vragen meer aandacht te besteden aan waarden als duurzaam, goed en lekker eten. Ik ben benieuwd wat jullie, onze leden, daarvan vinden!

– Michiel Korthals is professor Filosofie aan de Universiteit van Gastronomie in Pollenzo / Bra te Italië en emeritus professor Toegepaste Filosofie aan de Vrije Universiteit en Wageningen Universiteit. In het voorjaar van 2018 verscheen zijn boek ‘Goed eten. Filosofie van voeding en landbouw’. Daarnaast is hij voorzitter is van Slow Food Gooi, Eem- en Vecht.

Bovenstaande tekst verscheen eerder als voorwoord in het nieuwsbulletin van Slow Food Gooi, Eem en Vecht.