fbpx

De Twentse Landgans hoort bij de broekgronden van de Achterhoek, Twente en Drenthe, en is na het uitsterven van de Groninger gans en de Noord-Hollandse gans het enige oud-Nederlandse ganzenras dat we nog hebben in het land. Traditioneel vindt er jaarlijks een Sint Maarten diner plaats, dit jaar helaas niet. Zoals veel van de oude rassen en gewassen in de Ark van de Smaak, staat het voortbestaan onder druk. Met name de extreme droogte en afnemende vraag maken het de fokkers moeilijk dit stukje erfgoed in leven te houden.

Tekst // Maarten Kuiper & René Zanderink
Beeld // Stichting Zeldzame Huisdierrassen

Droge broekgronden
De Twentse landgans is een watervogel van de zogenaamde broekgronden in het oosten van ons land, de Achterhoek, Twente en Drenthe. Broekgronden (brook is Engels voor beek) kenmerken zich doordat ze gelegen zijn naast een moeras of beek, met veel slib, veel dode materie en veel minerale bestanddelen. Ideaal voor ganzen.

Maar, de extreme droogte van de afgelopen drie jaar heeft groot effect op landschap en dus op het voortbestaan van de Twentse Landgans. Dit oostelijk deel van ons land wordt namelijk niet door grote rivieren bevoorraad. Daarnaast wordt water van het grootste zoetwaterbassin van Nederland, het IJsselmeer, naar geheel Nederland gepompt, maar niet naar het uiterste oosten. Dit betekent dat kraanwater moet worden ingezet, wat de kosten voor fokkers hoog laat oplopen. 

We spraken met ganzen fokkers Ria en Gerard Olijslager en Edgar de Poel, over wat het voor hen moeilijk maakt om dit ganzenras in stand te helpen houden. René Zanderink (Ark van de Smaak commissie) deelt onderaan dit stuk een idee voor Slow Food leden om hen te helpen.

 

Drooggevallen natuurgebied in de Achterhoek (Borkense Baan)

Beeld boven: drooggevallen natuurgebied in de Achterhoek (Borkense Baan)

 

Ria & Gerard Olijslager, Lievelde
“Vier jaar geleden is met veel liefde een presidium gevestigd rondom de Twentse Landgans. Door de fokkers is veel tijd en energie gestopt in het zo natuurlijk mogelijk terugfokken van de dieren, zodat ook de vroege leg en andere gewenste eigenschappen terugkeerden.” 

 

“Vier jaar geleden is met veel liefde een presidium

gevestigd rondom de Twentse Landgans”

– Ria Olijslager

 

“Wij konden toen echter niet bedenken dat droogte – en dus geen gras – het einde zou kunnen betekenen van het presidium. Natuurlijk worden enkele moederdieren bewaard, maar fokken voor de productie is voor nu voorbij. Veel mensen – ook leden van Slow Food – hebben geen idee dat niet altijd alle dieren voorradig zijn en dat ze niet elk moment geslacht kunnen worden (doordat veren loslaten, enz.). Dan houdt je ze nog niet eens op de natuurlijke manier en dat wil Slow Food toch graag?”

“We kunnen het helaas niet opbrengen om onder deze omstandigheden door te gaan met het fokken van de ons zo dierbare Twentse landgans. Een volrijpe gans die normaliter 40 euro kost, zal nu 60 euro kosten als je alle onkosten eruit wilt gaan halen. Dat gaat de normale consument niet betalen, en ook een ganzendiner zou dan veel duurder worden.” 

“Veel fokkers hebben de vogels nu de deur uitgedaan, omdat ze de meerkosten niet kunnen betalen. Kleinschalig is leuk, maar het moet wel op te brengen zijn.”

Edgar de Poel, Markelo
“Het aspect van de droogte is voor mij niet het belangrijkste onderwerp. Broekgronden als ooit zijn er allang niet meer. Onze vogels krijgen water uit eigen bron en verder sproeien we van tijd tot tijd de boomgaard en daarmee ook het gras. We hebben nu een meer droogteresistent gewas in laten zaaien en het waterschap heeft het zomerpeil met 15 cm verhoogd.”

“Volgens mij spelen ook andere belangrijke redenen: De Twentse welle is voorbij. Er is bijna geen vraag meer naar Twentse ganzen. Op tentoonstellingen ben ik samen met een Duitse fokker – de Twentse landgans is nu ook in Duitsland erkend – vaak de enige inzender. Vorig jaar kwam ik slecht van mijn dieren af en heb dit jaar daarom maar twee ganzen laten broeden.”

 

“Sint Maarten valt al enkele jaren te vroeg, omdat het koude seizoen later start, zijn de dieren 10 dagen voor Sint Maarten nog niet slachtrijp”

– Edgar de Poel

 

“Sint Maarten valt al enkele jaren te vroeg, omdat het koude seizoen later start, zijn de dieren 10 dagen voor Sint Maarten nog niet slachtrijp. De dieren eten daarmee ook minder en zetten nog maar weinig vet aan, de natuurlijke prikkels ontbreken. De gans is daarmee nog niet klaar rond 11 november.”

“Eigenlijk is daarmee december waarschijnlijk de nieuwe slachtmaand. Ofwel, een maand per jaar beschikbaar. We hebben ooit het idee gehad om malse pennekuikens aan te bieden. Maar wil men in de zomer gans eten? Het slachtrijp maken van een gans is helaas niet kostendekkend, van een vergoeding van de vele uren is al helemaal geen sprake.”

“Het slachten van ganzen is tijdrovend, eerder waren er wel fokkers die meehielpen, maar het aantal fokkers is momenteel minimaal. Vijftien tot twintig ganzen slachten kost alleen ruim een dag. Dan moeten ze vaak ook nog afgeleverd worden. Laatst kreeg ik een vraag uit Zeeland om een gans. Maar hoe krijg ik die daar, voldoende gekoeld en betaalbaar? Ik ben nu met iemand in gesprek uit Zeeland die ze wil fokken.”

“Bestellingen moeten eigenlijk al in het voorjaar gedaan worden, dan weten we hoeveel kuikens nodig zijn. Nu komt het te vaak voor dat je met dieren blijft zitten. Als gebleken met het eerdere onderzoek mag een gans voor eigen gebruik (en vrienden) geslacht worden, slachten poeliers geen tamme ganzen (ik heb ze weer terug gekregen omdat controle dreigde), en als je ze officieel wilt laten slachten moeten de dieren van te voren door een NVWA dierenarts gecontroleerd worden en na afloop het vlees (salmonella), dien je over een goedgekeurde slachtinrichting te beschikken. Kortom, voor ons onhaalbaar en onbetaalbaar.”

“Tenslotte missen we koks als ambassadeur. Martin, de meesterlijke kok van Dennis Rerink waar regelmatig de Sint Maarten diners plaatsvonden is helaas veel te vroeg gestorven; hij wist als geen ander de gans voortreffelijk op tafel te krijgen. Een nieuwe chef is nog niet opgestaan.”

 

“Wij Nederlanders kennen geen traditie om gans te eten, behalve bij Nel Schellekens en Dennis dan, in Duitsland waren we ze allang kwijt geweest”

– Edgar de Poel

 

“Wij Nederlanders kennen geen traditie om gans te eten, behalve bij Nel Schellekens en Dennis dan, in Duitsland waren we ze allang kwijt geweest. Verder gooit de vogelgriep – vervoersverbod – en Corona roet in het eten. Alle shows afgelast en daarmee ook een kans op verkoop en promotie. Kortom, de droogte kan ik met praktische oplossingen te lijf, maar het overige…”

René Zanderink, Ark van de Smaak commissie
“We gaan eraan werken om het Sint Maarten diner een maand te verschuiven, van 11 november naar 10 december. Mensen kunnen dan per 1 maart inschrijven voor dit diner, zodat we weten hoeveel vogels we in december nodig hebben.” Interesse in voorinschrijving voor dit diner of andere ideeën in reactie op dit stuk? Mail naar arkvandesmaak@slowfood.nl.

 

DB-Twentse-landganzen

Beeld boven: Sint Maarten diner met gevulde Twentse landsgans bij Erfgoed Bossem in Lattrop-Berklenkamp

 

– Dit artikel is onderdeel van een serie over de Ark van de Smaak in Nederland. Wil je meer van dit soort verhalen lezen, voedselkennis opdoen en gastronomisch erfgoed in Nederland steunen? Neem een kijkje op de crowdfunding pagina van Slow Food Nederland en pre-order een boek via www.voordekunst.nl.

– Dit artikel is geschreven door Maarten Kuiper en René Zanderink. Maarten is – naast bestuurslid evenementen bij Slow Food Nederland – het gezicht achter De Seizoensarbeider. Hij werkt, reist en schrijft zich sinds augustus 2018 een weg door de voedselketen. Onderweg zoekt hij verhalen van boeren, vissers en andere voedselproducenten. Verhalen achter ons voedsel. Verhalen die gehoord moeten worden. Zo vist hij op paling, rooit hij aardappels, steekt hij asperges en wie weet wat nog meer! Volg de avonturen van Maarten via Instagram of lees mee in zijn reisdagboek.

– René Zanderink is journalist, bioloog en al 15 jaar lang fervent aanjager van producten van Nederlandse bodem en keuken. Dit doet hij onder andere door zijn inzet voor de Ark van de Smaak commissie, als bestuurslid van Slow Food Amsterdam, als auteur van boeken als Liever Lokaal (samen met Annette van Ruitenburg) en Van Kop tot Kont (samen met Nel Schellekens). Ook loopt René warm voor valfruit en eaux de vie als medeoprichter van het Genootschap der Warme Stokers.