fbpx

Gele Erwt

Productnaam
Gele erwt in het Nederlands.

Categorie
Peulvruchten

Wetenschappelijke naam
Pisum Sativum L.

Productiegebied (provincie / regio / stad / land)
Voornamelijk in Limburg. Nederland.

Seizoen
Zaaien in het vroege voorjaar, maart en april.
Geoogst in juni en juli.

Kenmerken
De plant bloeit met witte bloemen en licht afgeronde peulen. De erwten zijn rond, geel van kleur en ongeveer even groot als de meer bekende groene erwten. 

Organoleptische evaluatie (smaak / geur / consistentie)
De gele erwt is iets milder, frisser en zoeter van smaak dan de groene erwt.

Beschrijving van het product
De gele erwten zijn een oude erwten variëteit in Nederland, voornamelijk gekweekt in de provincie Limburg in het zuiden van Nederland. Door hun gele kleur worden de gele erwten vaak over het hoofd gezien, een gele kleur lijkt op een vervaagde kleur, wat ten onrechte aangeeft dat ze niet meer vers zijn. De erwten stellen geen hoge eisen aan de grond waarop ze geteeld worden, ze groeien het beste in de zon of halfschaduw. De erwten worden in de volle grond gezaaid met een zaaiafstand van 5 cm in de rij en 60 cm tussen de rijen. De zaden moeten ongeveer 2 cm diep in de grond worden gezaaid om ze te beschermen tegen vogels. De erwten kunnen voor het zaaien een nacht worden geweekt, dit is niet nodig als de grond zelf al vochtig is. De planten hebben slechts zeer dunne, zwakke stengels die extra ondersteuning nodig kunnen hebben als ze hoger groeien. Deze ondersteuning kan het best worden gegeven met draad of gaas en houten palen. De erwten worden geoogst in juni of juli, wanneer de peul zo dik is dat de ronde erwten binnenin zichtbaar zijn. De peulen kunnen met een schaar of mes van de plant worden geknipt of gesneden. Het beste is om ze er niet af te trekken omdat de stengel niet zo sterk is maar de erwten zelf wel stevig aan de plant vastzitten. Momenteel zijn er nog enkele gele erwtenrassen online en offline verkrijgbaar bij speciaalzaken.

Eetbare onderdelen en kooktechnieken
Onderdeel (fruit / stengel / zaden)
Zaden

Manieren van conservering (drogen / drogen / fermenteren)
Drogen.

Manieren van koken (bv. gekookt / gebakken gebakken / geroosterd)
Koken

Culinair gebruik
Om de erwten voor de winter te bewaren, worden ze gedroogd nadat de peulen, schillen en kiemen van de erwten zijn verwijderd. Doordat de kiemen worden verwijderd, splitst de erwt zich direct of na het koken in tweeën. De gedroogde erwten moeten minstens 8 uur in water worden geweekt voordat ze kunnen worden gekookt. Afhankelijk van hoe oud de erwten zijn, worden ze 45 tot 60 minuten gekookt. Van oudsher worden de erwten gebruikt in erwtensoepen die in Nederland vaak in de wintermaanden worden gegeten. Het is aan te raden om de erwten na het koken nog twee uur te laten sudderen alvorens ze in een soep met andere groenten zoals wortelen en vlees te mengen. 

Productgeschiedenis (sociaal / religieus / cultureel en economisch belang)
In Nederland worden al meer dan 150 jaar meerdere geel gekleurde erwtenrassen geselecteerd en gekweekt. Gele raspers (1853), Vroege gele kwee-erwt (1876), Rasper ruige gele (1876), Vroegste (vroege) gele krombek (1904), Limburgsche gele (1937), Allervroegste Gele Meikoningin (1938), Gele krombek (1938), Gele stam (1946) en Venlosche lage gele kortstro (Collectie Eeuwig Moes; jaren ’70) staan in de Oranje Lijst. In de geschiedenis zijn de erwten een belangrijk winter ingrediënt geweest vanwege de conserverings mogelijkheden.

Huidige status
Gele erwten zijn in heel Nederland gekweekt en de Meikoningin, Venlosche lage en vroege of vroegste gele krombe worden vandaag de dag nog steeds commercieel te koop aangeboden. De consumentenvoorlichting is echter nodig om deze variëteiten in stand te houden en te bewaren voor de toekomst, omdat het winkelend publiek moet begrijpen dat hun gele kleur een uniek kenmerk van de erwt is, en niet aangeeft dat deze peulvruchten verwelkt zijn of niet langer vers voor consumptie. Van alle gele erwten zijn er al enkele verloren gegaan; de Limburgsche gele, gele raspers en vroege gele kwee.

In de CGN-Genenbank in Wageningen zijn de volgende rassen nog verkrijgbaar: Gele krombek, Gele stam en Rasper ruige gele.