fbpx

De bijbel van de Nederlandse keuken_auteursfoto

 

Toen ik zo’n twintig jaar geleden over eten ging schrijven, was de Nederlandse keuken een ondergeschoven kindje. Kookrubrieken stonden vol recepten voor pasta’s, tajines en curry’s, maar een goed recept voor erwtensoep? Ho maar. Een ode aan het kniepertje? Een pleidooi voor de pastinaak? Onze eigen keuken werd volslagen genegeerd of liefdeloos behandeld. Iedereen zei het elkaar na: Nederland heeft geen eetcultuur.
KLEINE RENAISSANCE NEDERLANDSE KEUKEN

Gelukkig is met dat vooroordeel inmiddels afgerekend. Er heeft zelfs een kleine renaissance plaatsgevonden. We hebben onze eigen keuken herontdekt. Chef-koks gingen koken met lokale producten. Thuiskoks volgden. Lang vergeten groenten, zoals die pastinaak, kregen een prominente plek op ons menu. Gerechten uit grootmoeders keuken werden afgestoft en, waar nodig, opgefleurd – waarna ze plotseling niet langer suf waren, maar hartstikke hip. 

In de loop van de afgelopen twee decennia zijn we ons er, kortom, van bewust geworden dat Nederland wel degelijk een eetcultuur heeft. Toch maakte mijn hart spontaan een sprongetje toen uitgeverij Carrera mij in de zomer van 2018 vroeg als auteur van De Bijbel van de Nederlandse keuken. Want waar het in kookboekenland de afgelopen jaren stortregende van de boeken over de Zuid-Europese, de Midden-Oosterse en de Aziatische keuken, was er tot voor kort op het gebied van de Nederlandse keuken hooguit sprake van een paar verdwaalde spetters. Alsof we hem toch net niet serieus genoeg namen om er boeken aan te wijden.

VERANDERING

Maar ook dat is nu aan het veranderen. Collega Laura de Grave toerde vorig jaar op een elektrische motor door alle twaalf provincies voor haar ‘Nederland Kookboek’. Onlangs verscheen Het Nederlandse koekjesboek van Natascha van der Stelt. De Banketbakker, het standaardwerk van Cees Holtkamp, is net in een geheel herziene versie verschenen. En nu ja, nu is er dus ook die Bijbel van mij.

Mogen we hopen op nog weer een nieuwe renaissance? De corona-crisis zal daar beslist bij helpen. Er is immers niets troostender dan vertrouwd eten. Eten dat je meeneemt naar je kindertijd, of in elk geval, naar een jongere versie van jezelf. Nu we massaal thuis werken, hebben we bovendien eindelijk weer eens tijd om dat draadjesvlees te stoven, die pan groentesoep met balletjes op het vuur te zetten en, jawel, griesmeelpap te koken.

 

Bijdrage: Janneke Vreugdenhil

Reactie: communicatie@slowfoodamsterdam.nl